Maurice Guinguand.
Mysterieuses Cathédrales". Robert Lafont Paris 1978
Chartres, Les Templiers architecte", Henri Veyrier. Paris 1991

"In de periode van de kruistochten en de grote pelgrimages zien we de "oude kennis" zich verder ontwikkelen en doorwerken. Het Iberisch schiereiland, stap voor stap veroverd op de saracenen zou de eerste inspiratiebron zijn voor de vernieuwing die zich vanaf 1100 ging voltrekken.
Hiervoor waren dit de evangelisten-bouwers uit de landen met de keltische traditie, Bretagne-Engeland-lerland. De tijd van St. Patrick en St. Colomba. Deze noordelijke invloed zou langzaam aan kracht verliezen en plaats maken voor de nieuwe inzichten die uit het middellandse zeegebied kwamen, o.a. van St. Honorat.

De keltische mythologieën hadden te maken met zonneriten en werden als heidens beschouwd, toch werden op druïdenplekken nieuwe christelijke heiligdommen gebouwd, omdat men de specifieke kwaliteiten van die plekken herkende. Dit gebeurde ook met de belangrijke gallische, romeinse en gallo-romeinse lokaties die zorgvuldig gekozen waren, op de aanwezigheid van water en vooral van tellurische krachtvelden. Deze kosmisch-tellurische kwaliteiten werden als goddelijk gezien.

De inwijdingskennis van de eerste kloosters ontwikkelde zich verder tot de benedictijnse gedachte, die weer de basis vormde voor de cisterciënzer architectuur die het grootse deel van Frankrijk zou omvatten. Belangrijk hierin was het inzicht in de zonnebewegingen van de dag en door het jaar, ten opzichte van de posities op de aarde. Zo stelde men richtingen vast, en werden belangrijke plekken met denkbeeldige lijnen verbonden.

De stad Bourges werd middelpunt van Frankrijk. Wanneer we op de kaart van Frankrijk vanuit Bourges de punten van zons op- en ondergangen op de dagen van de dag- en nachteveningen, de langste dag enz. noteren en met elkaar verbinden ontstaat een geometrisch patroon van vierkanten en daaromheen beschreven cirkels.
De betreffende punten vallen samen met de belangrijkste vroeg-romaanse kloosters en kerken.

De samenhang tussen kosmische verschijnselen en specifieke plekken op aarde is daarmee duidelijk. Opmerkelijk is ook de samenhang met het feit dat de grote opkomst van genoemde bouwwerken volgde na 1118 en 1119, de jaren waarin negen toekomstige Tempelridders in het oosten de kosmische betekenis van deze impulsen hadden onderzocht".
   


1



2







3

4

"Op de kaart van Frankrijk laten de tellurische (aardkracht)lijnen een raster van golvende vierkanten zien. Op de kruispunten vinden we de voornaamste plekken waar zwarte madonnaheiligdommen werden opgericht. Bij elkaar vormen deze plaatsen een patroon dat veel lijkt op het sterrenbeeld Slang. De mens ging op pelgrimage om de zwarte madonna's te vereren. De krachtlijnen wezen hem de weg, hierin ligt het begin van de grote pelgrimstochten en de bloei van de kerkelijke architectuur." (afb.1)
Maurice Guinguand. "Le berceau des cathédrales". Henri Veyrier. Paris 1991

Op de lijn van 22 december vinden we Cluny en St.Pierre- Ie-moutiers. Op de as van de dag- en nachteveningen liggen Citeaux, La Pierre-qui-vire en Fontevrault. Clairvaux, Solemnes en Mont-St.Michel zijn gebouwd op de lijn van zonsop- en ondergang van 21 juni. Bourges-Chartres doorgetrokken raakt Jumieges en St.Wandrille, beide van merovingische oorsprong. Deze lijn de andere kant op komt uit in Mont-Majour bij Arles.
In groter verband loopt de lijn Chartres-Reims door tot Santiago de Compostella, en verbindt de lijn Chartres-Cluny zelfs Giseh en Stonehenge. Daar komt nog bij dat de langste-dag punten de letter Y vormen, de langste-nacht punten de letter A, de dag- en nachtevenings~ punten de letter T, en de zonnegang langs de meridiaan, de dagboog, resulteert in het omegasymbool. (afb.2).
Maurice Guinguand. "Chartres, Les Templiers architecte", Henri Veyrier. Paris 1991

De zeshoek en het hart in het gotische Frankrijk. De plaatsing van de kathedralen is bepaald door de tellurische wetten. het religieuze hermetische symbolisme heeft dezelfde krachtlijnen gevolgd. St. Jacques de Compostela manifesteert zich uitdrukkelijk als gnostiek-keltisch eindpunt van een route die begint in het île-de-France. (afb.3)
Maurice Guinguand. "Le berceau des cathédrales". Henri Veyrier. Paris 1991

De richtingen van de alignements, in rijen geplaatste opgerichte menhirs van Carnac, laten een samenhang zien met de verschillende invloeden die de loop van de geschiedenis hebben bepaald. (afb.4)
Sinds de eerste Kelten, later Karel de Grote en St. Jacob hebben religieuze gemeenschappen deze universele kennis onderkend en in de praktijk gebracht.

< terug