De kolonie op de Monte Veritá

Een aantal Bauhauskunstenaars ontdekken in diezelfde tijd Ascona, onder hen Josef Albers, Herbert Bayer, Marcel Breuer, Walter Gropius en Oskar Schlemmer.

Vanaf 1918 wordt Ascona meer en meer een kunstenaarsdorp: Marianne von Werefkin, Alexej von Jawlensky, Dadaisten als Hans Arp, Hugo Ball, Hans Richter gaan er wonen en werken. Later vestigen zich nog oa. Walter Helbig, Ernst Frick (die de restanten van de Gallo-Keltische vesting Balla Drum onderzoekt), Cesar Domela (zoon van Domela Nieuwenhuis), Otto Niemeyer en Otto van Rees.

In 1920 vertrekken de oprichters van de kolonie en de locatie wordt in 1923 door een viertal bohémiens overgenomen om er een hotel te beginnen, maar het komt niet van de grond en er wordt tot verkoop overgegaan.

In 1933 werd de eerste "Eranos Meeting" georganiseerd door de nederlandse Olga Foebe-Kapteyn, oprichter van een spirituele beweging die gericht was op mythologie, religie, symbolische archetypen en het samengaan van oosterse en westerse filosofie.

Tussen 1934 en 1942 bleef het nieuw gebouwde hotel Monte Verità gesloten.

Kortom, in de eerste decennia van de 20e eeuw bezochten een groot aantal kunstenaars, intellectuelen en studenten Ascona en de Monte Verità.
Enkele namen, Carl Gustav Jung, Karoly Kereny, Erich Maria Remarque, Hermann Hesse, Paul Klee, Hans and Sophie Täuber Arp, Oskar Schlemmer, Charlotte Bara, Marianne Von Werefkin, El Lissitzky en Alexei Jawlensky. Andere kunstenaars en schrijvers, die de Berg bezochten en daar langere of kortere tijd verbleven waren: Hans Morgenthaler, Fritz Pauli, Gerhart Hauptmann, Else Lasker-Schüler, Emil Ludwig, Erich Maria Remarque, René Schickele, Albert Ehrenstein, en ook Heinrich Vogeler uit Worpswede.

De berg boven Ascona kreeg bekendheid als een cultureel en artistiek landschap bij uitstek. Tussen 1926 en 1958 verbleven er in de nabije omgeving ca 35000 bezoekers voor korte of langere tijd. De bewoners uit buurt van de berg beschouwden de illustere, speciale gasten als idioten. Behalve vegetariërs, pacifisten, naturisten, vrijmetselaars, theosofen, en bohémiens werden ook veel kunstenaars aangetrokken door de reform ideologie zoals die in de praktijk werd gebracht op de Monte Verità.

In 1964 overleed Baron von der Heydt en werd het kanton Tessin eigenaar van het Hotel en het omringende terrein.
In 1978 kwam er een expositie over de geschiedenis van de berg in Zürich, Berlijn, Wenen en München, samengesteld door Harald Szeemann, die ook de uitgebreide catalogus verzorgde.

De Casa Anatta werd in 1981 officieel als museum in gebruik genomen, in 1983 volgde Casa Selma en in 1987 het Elisarion. In 1989 werd een stichting in het leven geroepen, die als doel had het stimuleren van culturele activiteiten op academisch niveau, door het organiseren van seminars en congressen.




In 1992 werden de gerenoveerde gebouwen en de nieuwe infrastructuur ingewijd en begon een nieuw tijdperk voor de Monte Verità.



1 2

1. Enno van Eerden,
Ascona, bezield paradijs.
Uitgeverij Bas Lubberhuizen 2011


2. Harald Szeemann, Monte Verità.
Electa Editrice, Milan, 1978