Nescio en de kolonie Tames

Onderzoek naar de locatie

De locatie waar Tames zich bevond lag tussen de Oud Bussumerweg, en de Nieuwe Bussumerweg (oorspronkelijk een zandweg), en wordt op de gemeenteplattegrond aangegeven als Thames en Luchtkasteel.
Ooit stond daar een boerderij die Tames heette, gelegen aan de Oud Bussummerweg. Het gebied werd daarna ook wel het buurtschap Tames genoemd.

We zijn uitgegaan van de schets van Jan de Wilde uit uit zijn brief aan Grönloh dd 22 december 1901 (afb.3) en het artikel van M. Heijder "Het buurtschap Tames en Nescio. TVE 13e jrg. 1995", met daarin voor ons waardevolle aanknopingspunten:

- Het Tolhuis, halte van de stoomtram waarmee vanuit Amsterdam werd gereisd.

- De namen van de wegen die het gebiedje begrensden, de Binnenweg naar Bussum
(de latere Oud Bussummerweg) en de Zandweg (de latere Nieuwe Bussummerweg).

- Het ernaast gelegen landje van 400 roeden, geeft daardoor een indicatie over de grootte van het Tameslandje. De grootte van de 4 percelen is ook bekend uit andere bronnen, nl. 1,37 ha.

- Een gedeelte uit de kadasterkaart van de gemeente Huizen uit 1880 (afb.4)en het uittreksel uit het kadastrale plan van 1903 (afb.5), met daarop aangegeven 4 naast elkaar gelegen percelen. Projectie van de oppervlaktegegevens, de kadasterkaarten en de aangrenzende wegen resulteerde in een trapeziumvormig gebied, op de kaart blauw aangegeven, waarbinnen het Tameslandje zich bevond. (afb.6)

Vanaf het tolhuis gingen de jongens te voet via een laantje met aan weerszijden struikgewas (Jan de Wilde), richting de Zandweg. Dit onverharde pad liep parallel met een ander pad, de latere Tameslaan.
Aangekomen op de Zandweg een stukje rechtsaf arriveerden de jongens op hun Landje.
De vermoedelijke route is met een blauwe lijn aangegeven. (afb.6)

- Een moderne luchtfoto (2004) met kavels en bebouwing.

Diverse toponiemen verwijzen naar Tames:

- Naast een boerderij aan de Nieuwe Bussumerweg bevindt zich een bijgebouw met daarop de naam Tameshoeve.
- Een villa met op het toegangshek de naam Tames, hoek van de Oud Bussummerweg en de Patrijslaan.
- Op de gemeentelijke plattegrond wordt de Thameslaan vermeld, nu een bospad.
- Het nabijgelegen dagrecreatieterrein heet Tames, en de bewoners uit de naaste omgeving spreken over de Tamesheide, grenzend aan het dagrecreatieterrein.
Tames wordt een enkele keer ook als Thames geschreven.

Tekstfragmenten, een keuze

In “De Pionier” van 25 oct.1902 stond in de rubriek “Uit de Kolonies” een op verzoek van de redactie ingezonden stuk van (vermoedelijk) Johannes Zwolsman, kunstschilder en vriend van Grönloh en één van de leden van de Tames gemeenschap.
Twee fragmenten:
"Toen hebben wij onder leiding van onzen timmerman des avonds na werktijd in een loods te Amsterdam hout voor een huisje bewerkt en geschilderd. Dan gebeurde het, dat een persoon die 's avonds om 6 uur gedaan had, heelemaal van den Overtoom naar Zeeburg kwam loopen, daar om half acht was, tot twaalf uur werkte, om den volgenden morgen om 6 uur weer op de fabriek te zijn. Op een dreinerigen Zaterdagmorgen werd het klaargemaakte verladen, waarbij het geval zich voordeed, dat een kantoorklerk als sjouwerman fungeerde, om dan na een verwisseling van kleeding à la minute, hals over kop naar 't kantoor te rennen en de pen weer te voeren.“
"Den volgenden dag werd onder een hevigen sneeuwstorm begonnen met het optrekken van het huisje. Verder werd alles na werktijd en des Zondags in orde gemaakt. Wij hebben vast een onzer er heen gezonden, die echter zoals te begrijpen is nog niet veel heeft kunnen doen. Wanneer er wat geld aanwezig was zouden wij een paar huisjes bouwen, op den grond gaan wonen en van buitenaf onze inkomsten blijven zoeken. De overgang zou dan geleidelijk en het resultaat des te zekerder zijn."


Het is aannemelijk dat rondom 1900 er veel houten huisjes en schuurtjes in dit landelijke gebied waren die nogal eens verplaatst en hergebruikt werden. M.Heijder vermeldt in "Het buurtschap Tames en Nescio. TVE 13e jrg. 1995", een notitie van Grönloh, die twee jaar na de opheffing van Tames nog een weekend in het koloniehuisje doorbracht. L.Frerichs beschrijft deze omstandigheid als volgt:
"… besproken teksten bevinden zich in een verzamelcahier met kladhandschriften. Daarin staat allereerst het verhaal De herinnering. Het is de (idyllische) herinnering aan een zomerdag in het Gooi, waarschijnlijk 13,14 of 15 juli 1905, dagen die Nescio heeft doorgebracht in het voormalige kolonistenhuisje op Tames bij Huizen. Ook dit stukje is in 1911 of 1912 ingepast in de eerste versie van Titaantjes":
"Tegen den avond zit ik voor mijn huisje in mijn lage stoel pijpjes te rooken en ik lees. Het is wat koeler, de zon schuift achter de kruinen in het westen. Nu loopen de Huizers die bij Naarden op de suikerfabriek werken ver van mij over den straatweg naar huis. In de groote stilte hoor ik hun stemmen. De zomeravond is beter en heiliger dan de zomerdag. Ik kan mij dit alles herinneren, maar het lijkt lang geleden. Ik ben nu moede en het beeld wordt wat vaag. Morgen schrijf ik over den zomeravond".

Grönloh’s echtgenote verklaarde later bij het zien van de foto van het huisje met de zes jongedames: "Dat is het huisje niet!" Zij kon het weten aangezien ze nog de gordijntjes heeft gemaakt.
(foto’s gepubliceerd in het Schrijvers Prentenboek dl. 14, Nescio. Uitgave van het letterkundig Museum en documentatiecentrum te 's-Gravenhage, eerste druk 1969)

De dochter van Nescio, mevrouw M.J.Boas-Grönloh omschreef later de kolonie: Een schuur met een stuk land.
(Nescio, De Uitvreter. Een historisch-kritische uitgave met commentaar over de genese van verhaal en verhaalfiguur, verzorgd door Lieneke Frerichs. Deel 2/Apparaat. Van Gorcum, Assen/Maastricht 1990)

Met dank aan:
Rob Bindels, Lieneke Frerichs, M.Heijder, M.Verhoeff, Kadaster gemeente Huizen, Stadsarchief gemeente Naarden.