
La Carte de Tendre
Als een allegorie van de gevoelens van de liefde werd deze kaart als grap bedacht
in de Salon van Madeleine de Scudéry, op een zaterdag in november van het jaar
1653.
Paul Pellisson gaf het verhaal vorm, en de kaart werd gepubliceerd in 1654,
in boek I van het eerste deel van de roman van Mlle de Scudéry, Clélie.
Dank zij deze uitgave werd de Carte de Tendre doorgegeven aan het nageslacht
als essentiële getuigenis van het literaire vermaak van de adel.
De kaart toont een imaginair land, het Koninkrijk van de Tederheid, dat de minnaar
moet verkennen, als een soort initiatiereis in het land van de liefde. De plaatsnamen
komen overeen met de gewetensvragen van de liefde zoals die was gedefinieerd
in de adellijke salons.
Het rijk waarin drie rivieren "Genegenheid", "Achting" en "Dankbaarheid" stromen,
en die in de Zee van het Gevaar uitmonden, is opgebouwd rond drie hoofdsteden:
Tederheid aan de "Genegenheid", Tederheid aan de "Achting", en Tederheid aan
de "Dankbaarheid".
Vlak bij de plek waar de "Genegenheid" ontspringt ligt een vierde stad; “Nieuwe
Vriendschap”. Het land is bezaaid met dorpen die “hoofse” namen dragen. Bij
Tederheid aan de "Genegenheid" liggen: Groot-edel mens, Charmante nabijheid,
Minnebrief, Liefdesbrief, Ernst, Goedheid. Daarentegen liggen bij Tederheid
a/d Dankbaarheid: Welwillendheid, Onderworpenheid, Kleine Zorgen, Nauwgezetheid.
De minnaar moet er op letten de goede weg te nemen, want oostelijk van "Nieuwe
Vriendschap", loopt de route langs dorpen met minder prettige namen, Nalatigheid,
Lauwheid, Ongelijkheid, Loslippigheid, Valsheid en Kwaadsprekerij. Als de minnaar
verdwaalt riskeert hij terecht te komen bij het Meer van de Onverschilligheid,
zich te stoten aan de Rots van de Hoogmoed, of te verdrinken in de Zee van de
Vijandigheid.