< terug

De Nibelungen en Richard Wagner.

1

2

3

Het Duits nationalisme in de tweede helft van de negentiende eeuw was sterk gericht op de idee van een eigen zuiver Duitse gemeenschap, een idee dat vooral door de brede middenklasse werd geschraagd. Men richtte zich op elementen van gezamenlijke afstamming en vond die deels in mythen, deels in de geschiedenis bevestigd. Duitsland was een nog jonge staat, die in 1871 via een oorlog zijn vorm zou vinden als keizerrijk.

Dit nationale gemeenschapsidee inspireerde Richard Wagner tot het schrijven van op typisch Duitse thema’s gerichte muziekdramatische werken, zoals de opera ‘Der Meistersinger von Nürnberg’, maar vooral de vier avonden in beslag nemende opera “Der Ring des Nibelungen”, een ‘Gesamtkunstwerk’, geschreven tussen 1853 en 1874, waarvan het libretto zich baseerde op oergermaanse motieven, ontleend aan het laatmiddeleeuwse ‘Nibelungenlied’ en aan de IJslandse ‘Edda’-sage en de Germaanse godenwereld.
Hoofdfiguur van het verhaal is de Germaanse oppergod Wotan die de macht over de wereld wil herwinnen waarin hij door de dwerg Alberich, die in het bezit is van een gouden ring die de bezitter macht over de wereld zal geven, wordt gedwarsboomd. Als uiteindelijk Wotan’s pogingen in het bezit van de ring te komen falen, moet hij in zijn eigen ondergang berusten.

Er komen in het libretto nauwelijks elementen uit het oorspronkelijke Hoogduitse ‘Nibelungenlied’ voor; slechts enkele namen zijn aan het Lied ontleend, zoals die van Siegfried. Wagner schreef dit in dichtvorm gestelde libretto zelf, en componeerde er een zinsbegoochelende muziek bij, die het publiek vier avonden achtereen zou betoveren, die in vier subopera’s is samengesteld: Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung.

In deze opera moesten alle kunstfaculteiten worden samengebracht en elkaar aanvullen en versterken tot één overrompelend theaterproduct, wat vervat is in het begrip ‘Gesamtkunst’. De muziek bewoog zich via soms gedurfde harmonieën en typerend is het gebruik van het ‘Leitmotiv’, wat wil zeggen dat elke figuur in het verhaal verbonden wordt met een eigen, de figuur karakteriserend muzikaal motief.
Het orkest is groot en rijk van klank; de zangsolisten moeten zich jaren voorbereiden om te kunnen komen tot het vereiste volume, waarop zij zich urenlang moeten manifesteren. Velen van hen forceren daarbij voorgoed de stem.

Om tot een ideale conditie voor de uitvoering van deze operacyclus te komen ontwierp Wagner een theater, dat als belangrijkste kenmerk had, dat het orkest volledig onzichtbaar bleef voor de toeschouwer doordat het was gehuisvest in een benedenvloerse immense orkestbak. Ook was het theater van voor die tijd moderne machinerieën voorzien die voor tot dan toe ongekende toneeleffecten moesten zorgen: verschuivende tonelen, een vuurspuwende, zich voortbewegende draak etc. In Bayreuth kwam de bouw ervan tot stand in 1876 en sindsdien vinden hier de Richard Wagner Festspiele plaats. 
( tekst: Ed Wertwijn, 2006.)

1. Bayreuth, Festspielhaus 1876
2. Richard Wagner's zoon Siegfried dirigeert het Festspielhaus Orchester
3. Bayreuth, Festspielhaus 2006