Klaus Piontzik gaat uit van gegeven locaties, gevonden in historie, literatuur en andere bronnen, maar ook van de resultaten van wichelroedelopen.
Hij beschrijft een onderliggende systematiek; plekken liggen niet zomaar verspreid in het landschap. Deze systematiek is te beschrijven in wiskundige, euclidische termen.

De geometrie van Piontzik is een samenhangend geheel op basis van punten, lijnen, en rasters.
Hij hanteert geometrische criteria om op zijn manier kaf en koren te scheiden in de vaak troebele wereld van Geomantie en Radiästäsie, die hij overigens niet afwijst. Die geloofsovertuiging laten we geheel voor zijn rekening. Onze standpunten daarover staan expliciet in de inleiding Lijnen en Lijnstructuren.

Voor ons als kunstgeografen is die geometrie van belang omdat het criteria oplevert m.b.t. punten, lijnen en rasters. Waaruit weer is af te leiden wanneer een plek binnen een (geometrische) systematiek valt en wanneer niet.

De door Piontzik gedefinieerde criteria maken het mogelijk om met de noodzakelijke exactheid de geometrie van het landschap bloot te leggen en te beschrijven. Piontzik: “De geometrie van een landschap is af te leiden uit topologische gegevens. Dat kunnen zijn: locaties (plekken) in diverse afmetingen, op de kaart te zien als punten of stippen, lijnen die de verbinding vormen tussen locaties, regelmatig verdelen van een lijn in stukken van gelijke afstand levert soms nieuwe locaties op, en wanneer er van meerdere lijnen, evenwijdig, haaks of onder een bepaalde hoek lopend t.o.v. elkaar sprake is, hanteert men het begrip raster.

Kaarten, maximaal in een schaal van 1:100000 verdienen de voorkeur. Een punt (stip) hierop van bijv. 1,25 mm in doorsnee betekent in werkelijkheid een cirkelvormig gebied van 250 m. Objecten die relevant zijn voor het onderzoek bevinden zich hierbinnen, Kleine objecten als monumenten, gebouwen, etc. liggen in het centrum. De cirkel is te zien als de onmiddellijke omgeving van een geografische plek.

Van een rechte lijn is sprake als er minstens 4 plekken (punten) op liggen, Hoe meer punten des te sterker is er sprake van een rechte lineaire verbinding. Een plek kan exact op een lijn liggen (door het middelpunt lopen), er tegenaan of er vlakbij liggen. Als maximale tussenruimte (bij meerdere punten) is het aan te bevelen om twee maal de breedte van het gebiedje op de kaart (250 m) te nemen."...........

Meer hierover:  http://www.pimath.de/geomantie/kriterien/index.htm