Interview: Mat Schifferstein, sept. 1983.
Francois Schuiten: "Als je naar onze bronnen gaat kijken is de stijl
van Urbicande een vreemde mengeling. Ik ben uitgegaan van verschillende richtingen die vaak erg van elkaar verschilden.
Op de eerste plaats gebruikte ik futuristische projecten van Antonio Sant' Elia, een jonge Italiaanse architect
die op 28-jarige leeftijd in de eerste wereldoorlog gestorven is.
Verder werk dat tussen 1925 en 1930 door studenten aan de école des Beaux-Arts van Parijs is gemaakt. Wat heel opvallend
is in die laatste tekeningen is het theatrale, het bombastische van alles: zelfs een hut op de hei lijkt wel een
kathedraal in een storm."
Benoit Peeters: "Een andere belangrijke invloed is die van fascistische, nazistische, stalinistische architecturen. Het zijn eigenlijk verschillende stijlen, die zich in eerste instantie op het futurisme baseerden en die zich later in de richting van het neo-classicisme ontwikkeld hebben, terwijl ze dat monumentale aspect bleven behouden. In alle landen zie je dan dat streven om weidse perspectieven te scheppen, zo breed mogelijke straten, zo hoog mogelijke gevels."
FS: "Dat is een heel theatrale aanpak.
De architectuur moet bepálend
zijn, het individu moet vernietigd worden."
BP: "Het is ook de architectuur van de macht. De machthebbers willen zich zo sterk
mogelijk presenteren; hun autoriteit wordt op die manier in steen vastgelegd. En niet alleen wil men de eigen macht
zo tonen, maar zo'n architectuur beheerst ook op een heel rationele manier de ruimte.
De bewoner van die ruimte,
van die stad
zeg maar, moet zich daaraan aanpassen. Heel wat architecten van de 20e eeuw hadden zo'n kwasi-diktatoriale
aanpak in hun projecten."
BP: "Opmerkelijk is nu, dat zo'n ruimte,
die in de werkelijkheid onleefbaar
is, onmiddellijk verhalen doet ontstaan."
De ontwerpen van Sant ‘Elia (1888-1916) zijn tussen 1912 en 1916 ontstaan en worden gerekend tot
het futurisme, een avant-gardistische kunststroming die vooral in Italië opkwam.
Hij gebruikte de collagetechniek, waarin hij vaak meerdere ontwerpen vanuit diverse simultane kijkrichtingen en
van verschillende schaal combineerde tot een energiek en dynamisch geheel.
Deze gelijktijdigheid speelt ook in ons onderzoek van de Passages tussen Brussel en Brüsel een belangrijke rol.