George Perec:
"Ik heb al meermalen geprobeerd om me een appartement voor te stellen waarin een nutteloze ruimte zou zijn, een volkomen nutteloze, doelbewust nutteloze ruimte.
Hoe ik ook mijn best deed, het lukte me niet die gedachte, dat beeld, tot het einde toe vast te houden. Het leek wel of de taal zelf te kort schoot bij het beschrijven van dat niets, die leegte, alsof je alleen kunt spreken over wat vol, nuttig en functioneel is..... Ik ben nooit op iets echt bevredigends uitgekomen.
Maar ik geloof niet dat ik in mijn streven om die onwaarschijnlijke grens te overschrijden mijn tijd heb verdaan: in die pogingen schemert naar mijn gevoel iets door wat een statuut van het bewoonbare zou kunnen zijn.....
(George Perec, Ruimten Rondom. Arbeiderspers 1998)
K.Schippers:
En inderdaad maakt Duchamp ook in zijn niet volumineuze objecten, geschriften en andere experimenten de indruk terug te wijken, een opzettelijk spoor van verwarring achter zich latend, het resultaat van ongeïnteresseerdheid, originaliteit en toevalsbesef. Al zijn werk is "op de rand" gemaakt, een soort preluderen op de grote stilte, die volgt na elke conventionele creativiteit, maar die hij bewust heeft geëxploiteerd. Men moet Duchamp zoeken, maar wie hem vindt, zal bij hem een leegte aantreffen, waarbij hij zichzelf kan zijn.
J.Bernlef en K.Schippers. Een cheque voor de tandarts. Em. Querido 1967