| < | Matthijs van Boxsel: TOPOLOGIE VAN DE DOMHEID "Domheid is onkenbaar; zij valt alleen negatief te definiëren, in contrast met een andere eigenschap of als een gebrek. Dit wil niet zeggen dat domheid iets is dat er niet is. Wij weten dat de domheid bestaat. Wij zien de gevolgen dagelijks om en in onszelf, maar wij komen altijd te laat. Domheid is een grens die immer wordt gemist. Alleen achteraf valt vast te stellen dat wij hem zijn gepasseerd. Te zien zijn alleen de domvormige leegten die zijn achtergebleven. Intussen is de domheid zelf nog niet opgespoord. Hoe evenwel een 'wezen' te lokaliseren dat geen eigenlijke plaats kent, dat atopisch is, buitenissig, ongerijmd? Het gevaar bestaat dat wij de domheid scheppen door haar te identificeren, terwijl de domheid nu juist schuilt in het verschil. De domheid is altijd elders. Eenmaal geplaatst en benoemd verliest de domheid haar verbijsterende kwaliteit. Een herkende domheid is een extra wijsheid." |
DRIE DOMME LANDKAARTEN "Als wij een exacte kaart van de wereld willen maken, moeten wij in die kaart ook de kaart zelve karteren, die weer een kaart van de kaart van de kaart moet bevatten, tot in het oneindige. De paradox van de ingebedde kaart is beschreven door Josiah Royce in "The World and the lndividual" uit 1899. Mein Herr vertelt over een plattegrond die net zolang werd geperfectioneerd tot hij een schaal van één op één met het land bereikte. De boeren maakten er evenwel bezwaar tegen, omdat ze bang waren dat de kaart, eenmaal ontvouwen, de akkers zou bedekken en al het zonlicht zou weren. | |
DE ONZICHTBARE TUIN In 1979 werd in het Victoria and Albert Museum te Londen een tentoonstelling gewijd aan de tuinarchitectuur. Vergeefs zocht men tussen de plattegronden en tekeningen naar de tuinen van Brown. Een bordje vermeldde dat zijn werk: 'een afwijking was die slechts een halve eeuw heeft geduurd, en die de Engelsen heeft beroofd van het soort ingewikkelde bloemrijke tuin waar ze van houden. Le jardin anglais verwijst naar de tijd toen de Engelsen hun hoofd verloren en hun tuinen sloopten. [...] Zijn kunst en genie bestonden er uitsluitend in grond, water en bomen te moduleren'. Inderdaad ging het Brown niet om een schilderachtige inhoud. Hij ruimde drastisch alle formele tuinen naar Italiaans, Nederlands en Frans model. Het was hem niet te doen om bloemen, urnen, tempels en andere frivoliteiten, maar om de grote lijn van schoonheid. Dat de 'onzichtbare' tuin van Brown op de tentoonstelling schittert door afwezigheid is dus niet louter ironie. De expositie kan geen ruimte laten voor een tuin die het genre ondermijnt. Maar tegelijk werkt deze smet op de tuinkunst als een ijkpunt: het genre kan zich alleen legitimeren door zich af te zetten tegen een tuin die de tuin ontkent! Uit: Encyclopedie van de domheid. Matthijs van Boxsel, 1999, EM. Querido's Uitgeverij bv. | |
| < | Als fictionele werelden zo prettig zijn, waarom proberen we dan niet de eigenlijke wereld te lezen alsof ze fictie was? Of, als fictionele werelden zo klein en bedrieglijk prettig zijn, waarom proberen we dan niet fictionele werelden te bedenken die even complex, even tegenstrijdig en uitdagend zijn als de eigenlijke wereld? Niemand leeft in het onmiddellijke heden. We verbinden zaken en gebeurtenissen met elkaar met behulp van de kleefkracht van het geheugen, zowel het persoonlijke als het collectieve geheugen (in de vorm van geschiedenis en mythen). Deze kluwen van individueel en collectief geheugen verlengt onze levensduur door een uitbreiding in het verleden, en komt op ons over als een belofte van onsterfelijkheid. Wanneer we deelnemen aan dit collectieve geheugen (door de verhalen van mensen die ouder zijn dan wij, of door boeken), zijn we net als Borges die naar de magische AIeph staart - het punt dat het gehele heelal omvat: in het verloop van een leven kunnen we, in zekere zin, met Napoleon huiveren als er een plotselinge windvlaag over Sint Helena waait, blij zijn met Hendrik V om de overwinning bij Azincourt, en met Caesar lijden als gevolg van het verraad van Brutus. Het is daarom eenvoudig te begrijpen waarom fictie ons zo boeit. Fictie biedt ons de kans ons vermogen om de wereld waar te nemen en het verleden te reconstrueren en onbegrensd te gebruiken. Fictie heeft dezelfde functie als spelen. Door het spel leren kinderen het leven, want ze bootsen situaties na waarin ze zich als volwassenen zullen bevinden. Door middel van fictie oefenen we als volwassenen ons vermogen om onze ervaringen uit het verleden en die van tegenwoordig te structureren. Maar als de narratieve activiteit zo nauw verbonden is met ons dagelijks leven, zou het dan niet kunnen zijn dat we het leven als fictie interpreteren, en dat we tijdens het interpreteren van de werkelijkheid er fictionele elementen aan toevoegen? We zullen in ieder geval niet ophouden fictionele verhalen te lezen, want daarin zoeken we een formule om zin aan ons bestaan te geven. We zoeken per slot van rekening gedurende ons hele leven naar het verhaal van onze oorsprong, dat ons kan vertellen waarom we geboren zijn en waarom we hebben geleefd. Umberto Eco, Zes wandelingen door fictieve bossen. |
| Hubert Lampo (1) ...het gaat eigenlijk niet om één of ander verzonken werelddeel, dat waarschijnlijk niet ééns bestaan heeft, tenzij in de verbeelding van de schrijvers. Maar voor mij betekent het veel meer. Soms kan ik onmogelijk de gedachte van mij afzetten, dat er een andere wereld bestaat, dan deze waarin wij leven, een land, dat wij in de voortijd van ons bestaan gekend hebben. (...) Het is een land, dat vlak nabij is, omdat wij het deels ook in ons binnenste dragen, maar tevens verder van ons verwijderd dan de verste onder de sterren aan het uitspansel, waarover je lezen kunt, dat hun licht miljoenen keren miljoenen jaren nodig heeft om tot bij ons te komen. Reeds als kind heb ik het gevoeld, jonas, dat er een dergelijk land bestaan moet en daarom is het waarschijnlijk dwaas van me, dat ik er thans nog in geloven blijf. Maar het is als een heimwee, dat ik nauwelijks onder woorden kan brengen, een heimwee waarvan men nooit weer geneest als het je eenmaal te pakken heeft, doch dat soms kan omslaan in het vreemde gevoel, dat er een geheime weg bestaan moet, een weg die je vinden kan, als je tenminste de moed bezit om hem met je hele wezen te willen vinden... (2) (1) Hubert Lampo, Terugkeer naar Atlantis. (2) Hubert Lampo, Toen Herakles spitte en Circe spon, |