< terug
Frederik van Eeden e.a. 

Nescio (latijn voor "ik weet niet", pseudoniem van J.H.F. Grönloh, 1882-1961, Amsterdam) blijft als schrijver vrijwel onbekend tot 1932. De eerste uitgave van zijn werk in 1918 bevatte De Uitvreter (1910), Titaantjes (1914) en Dichtertje (1917). Het zijn literaire verwerkingen van zijn vroegere ervaringen met o.a. Frederik van Eeden, Peter Kropotkin, en Isadora Duncan, die allen op de Monte Verità zijn geweest.

Belangrijk voor hem waren Eduard Douwes Dekker (Multatuli) (klik), 1820-1887, schrijver en vrijdenker, Ferdinand Domela Nieuwenhuis 1846-1919, vrijdenker, socialist en ook anarchist, en Frederik van Eeden 1860-1932, schrijver, arts en sociaal hervormer. 
Hij heeft samengewerkt met F. van Eeden omstreeks 1901-1906 in de GGB (vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit) en het verenigingsblad De PIONIER ("Veertiendaagsch blad ter bespreking van binnenlandsche kolonisatie"), en was lid en korte tijd administrateur daarvan. Van Eeden was één der oprichters van de GGB en lid van de redactiecommissie van DE PIONIER.
 

   
Grönloh en Van Eeden werkten samen in De Pionier.
(klik voor vergrotingen)

In 1901 ontstond de kolonie Tames (bij Huizen) op initiatief van Grönloh en zijn vrienden, in 1903 kwam hier een eind aan.

In 1898 was de kolonie Walden (bij Bussum) gesticht door Frederik van Eeden, en heeft bestaan tot 1907.
De kolonie op de Monte Verità, gesticht in 1889, genoot toen al enige bekendheid. In 1904 is van Eeden daar op bezoek geweest bij o.a. Karl Gräser, natuurfilosoof en theoreticus. Over zijn ervaringen schreef hij in de Pionier van 26 maart van dat jaar.

Ook Domela Nieuwenhuis bezocht een paar maal de Monte Verità en had o.a contact met de arts en anarcho-socialist, Raphael Friedeberg.
Cesar Domela (zoon van Domela Nieuwenhuis) is in 1919, na de dood van zijn vader naar de Monte Verità vertrokken en heeft daar gewoond tot 1923, om zich vervolgens als beeldend kunstenaar te vestigen in Parijs en Berlijn.