Omstreeks half april 1931, is de schrijver Nescio (J.H.F.Grönloh) op vakantie met zijn vrouw aan het Lago Maggiore. Ze logeren in Hotel St.Gothard in Pallanza. Dit blijkt uit de twee prentbriefkaarten, gedateerd 17 april 1931, die vanuit Pallanza naar zijn familie in Amsterdam zijn verzonden.

De reis naar het Lago Maggiore, een van oudsher populaire en geliefde vakantiebestemming, was niet geheel toevallig. Grönloh was door zijn contact met Frederik van Eeden goed geïnformeerd over de streek rond Ascona en de Monte Verità, en het is heel goed voorstelbaar dat hij in 1931 de "beroemde" Monte Verità zelf wilde gaan bezoeken en ook aan zijn vrouw laten zien.

Grönloh's dagtrip,18 april 1931, vanuit Pallanza per stoomschip naar Ascona, vervolgens te voet naar de Monte Verità en dezelfde dag weer terug, blijft vooralsnog een aanname onzerzijds. Nergens is in Nescio-archieven of studies iets te vinden waar uit zou blijken dat de tocht, die wij hier in beeld brengen, ook daadwerkelijk is gemaakt.

De Monte Verità (klik) was omstreeks 1900 al bekend als een kolonie waar kunstenaars, idealisten, en wereldverbeteraars zich ophielden.
Ook in Nederland waren er soortgelijke initiatieven zoals Walden (klik), waar Frederik van Eeden (klik) een belangrijke rol in speelde, en
Tames
(Klik) waar ook Nescio in zijn jonge jaren aan had meegewerkt.

Alle aanleiding voor ons om Nescio's fictieve reis en de daaraan verbonden reflectie op de geschiedenis, het karakter en de betekenis van deze bijzondere locaties, die wij in 2004 opnieuw hebben bezocht, als een kunstgeografisch onderzoek hier te presenteren.




 A. Stieler's Hand-Atlas, ±1900