| < | Zwitserland |
Hans-Erdmann Korth, Ten tijde van de megalietenbouwers waren markeringspunten in het landschap het enige houvast om je te kunnen oriënteren. De zomer- (21 juni) en winterzonnewende (21 december) waren de jaarlijks terugkerende momenten waarop men zag dat de zon opkwam en onderging op steeds dezelfde plekken op de horizon. Net als de regelmatig terugkerende opkomst en ondergang van de maan en sommige heldere planeten op vaste plekken op de horizon. Deze horizonplekken werden gemarkeerd door opgerichte stenen, bouwwerken etc. die op grote afstand zichtbaar waren. Later werden deze plekken op hun beurt weer het observatiepunt voor andere verder gelegen markeringen. Op deze manier ontstond er een systeem van rechte lijnen die al deze markeringen verbonden. Dit maakte het mogelijk om zonder te verdwalen lange heen– en terugreizen te maken. Logischerwijs verrezen daar dan ook kerken, burchten en de eerste steden. Toen die er eenmaal waren, moest het gemak de mens dienen, het wiel werd uitgevonden, en er werd gezocht naar verbindingen met zo weinig mogelijk steile hellingen, of moeilijke rivierovergangen. Niet meer recht toe recht aan. Dat verklaart het ontstaan van het wegennet tot op de dag van vandaag. De op zon, maan en planeetbewegingen gebaseerde lijnen zijn te zien als de voorlopers van ons huidige wegennet. Met name de zonnewende leeft nog voort in folklore en toponiemen. | |
| Korth beschrijft een aantal bijzondere vaak hooggelegen plekken, de Mont Blanc, Lago di Orta en twee sneeuwbergen (in de Elzass en Fichtelgebergte) van waaruit werd geviseerd. Om deze plekken te traceren is hij uitgegaan van de ligging van de oudste cultusplaatsen, steden. Deze lagen niet verspreid in het landschap maar hun locatie maakte de door hem beschreven systematiek zichtbaar. Buiten de locatie van de oudste plekken maakte hij ook gebruik van toponymische gegevens. | |
| De vanuit een centrumpunt uitwaaierende viseerlijnen worden door Korth magistralen genoemd. De Magistralen zijn bepaald door de zon of maanstand en de hoek waaronder dit plaatsvindt gedurende een jaar. De maan opkomst- en ondergang locaties verschuiven van klein naar groot in een 18 jarige cyclus. De keerpunten (uiterste of wende punten) zijn de “grote en kleine maanwende”, klik op afbeelding hiernaast. Ter illustratie van Korth’s theorie nemen we hier zijn bevindingen met de Mont Blanc als centrumpunt op. Hans-Erdmann Korth brengt dit punt in verband met: vervolg: Naar centrumpunt Mont Blanc : klik hier |